Kosmologie

De kosmologie geeft ons een beeld dat in ruimte en tijd het uiterste vergt van het menselijk bevattingsvermogen. De mogelijkheid tot het doen van waarnemingen van verschijnselen in het heelal vertoont de laatste decennia een stormachtige ontwikkeling. Experimenten zijn echter nauwelijks mogelijk. De grens tussen echt vastgestelde feiten en wetenschappelijke theorievorming is daardoor moeilijk scherp aan te geven. In de ondervolgende punten is getracht een zo juist mogelijke voorstelling van de stand van zaken te geven op punten die van belang zijn voor ons wereldbeeld. Opgesteld in samenwerking met drs.Benno Hessel, sterrenkundige en fysicus.

Conclusies: Wetenschappelijk is bevestigd dat het heelal een beginpunt heeft gehad. De aard van dat beginpunt is niet toegankelijk voor natuurwetenschappelijk onderzoek en de nu geldende natuurwetten kunnen niet worden ge-extrapoleerd naar dit begin.
Zoals in alle takken van natuurwetenschap blijkt de kosmologie een beeld te geven van grote ordening, dynamiek, samenhang en opeenvolging van stadia.

Calvinistische visie: De hemelen verkondigen ons God's eer. (hoofdstuk T.A.Th.Spoelstra in "In het licht van Genesis", de Vuurbaak, 1986) De grootsheid van al wat is gaat boven het menselijk bevattingsvermogen. Wij moeten ons echter niet laten verleiden tot een houding van zelfverdediging en de openbaring in de natuur van de hand wijzen omdat ons wereldbeeld niet mee blijkt te kunnen groeien. Calvinisten moeten de vlag van Jezus Christus planten op al wat nieuw ontdekt wordt. In hem is alles geschapen en buiten hem is er geen ding geworden dat geworden is. Achterhoedegevechten zijn niet de taak van de rentmeester en hebben met vaandel dragen niets te maken.

De eerste hoofdwet van de thermodynamica leert ons dat er binnen de stof niets uit niets kan ontstaan. Onze God is echter niet stoffelijk en niet gebonden in ruimte-tijd. Hij schept wel degelijk uit niets. De natuurwetenschappen moeten dit in feite beamen. De stof ontstaat uit dat wat niet is. De natuur leert ons God echter kennen als een bouwmeester en zeker niet als een tovenaar. Zodra er wel iets is, blijkt er ordening, wetmatigheid maar ook reactievermogen en afhankelijkheid. Het onderzoek van de natuur geeft - geheel naar de bedoeling van de Schepper - diep inzicht in wie hij is. Calvijn heeft 450 jaar geleden al opgemerkt: "Het onderzoek van de sterrenwereld is niet alleen een vreugde, maar heeft ook grote waarde. Gods wonderlijke wijsheid wordt door deze wetenschap helder voor ons.”