Helderheid in de discussie

Voor een zinvol gesprek is het van belang eerst te weten waarover het gaat. Dat is moeilijker dan u wellicht denkt. Laten wij de discussie over het wel of juist niet optreden van "evolutie" als voorbeeld nemen. Evolutie betekent eigenlijk niet meer dan ontwikkeling. Laten wij ons beperken tot evolutie als een natuurwetenschappelijk begrip binnen de discipline van de biologie. Er is natuurlijk ook evolutie in omgangsvormen, bouwstijlen, productietechnieken, denksystemen, maatschappijvormen. Daarover hebben wij het dus niet.

Waarneming

Biologische evolutie is evenwel ook nog geen erg helder begrip. Zo is er evolutie in de zang van een individuele vogel, in het begripsvermogen van een kind etc.

Wij zullen het dus begrenzen tot: veranderingen in het genenpatroon die kunnen leiden tot het ontstaan van nieuwe levensvormen.

Een denkbare definitie daarvoor zou zijn:
Wijzigingen die optreden in het erfelijk materiaal van organismen waardoor zij niet meer reproductief kunnen functioneren met alle andere tot dezelfde populatie behorende fertiele organismen van tegengesteld geslacht.

Misschien heeft iemand een betere omschrijving. In ieder geval zitten wij nu met een nieuw probleem, want de begrippen "organisme", "reproductie","populatie", "fertiliteit" en "geslacht" behoren nu eigenlijk te worden gedefinieerd. De discussie moet dus echt wel binnen een bepaalde vakwetenschappelijke begrenzing worden gevoerd, anders kom je nergens.

Theorie

Het probleem neemt nog verder toe wanneer wij overwegen dat een eenvoudige waarneming niet kan leiden tot het vaststellen of een bepaald begrip nu wel of geen inhoud heeft, wel of niet juist is. Er moeten meer waarnemingen zijn en die moeten dan worden bijeen gevoegd in een verklarende theorie. Verder mogen er beslist geen tegenstrijdige waarnemingen zijn.

Er zit nog een tekort in onze definitie. Er zijn b.v. genetische veranderingen mogelijk die tot steriliteit hebben geleid. De definitie klopt dan wel, maar een bioloog kan er verder niets mee voor het begrijpen van in de natuur optredende structurele veranderingen. Er zou dus iets moeten worden toegevoegd in de geest van: "maar wel in reproductie met sommige leden van die populatie nakomelingen leveren die een aparte populatie organismen vormen die onderling fertiel is."

Wanneer hier verder geen verklaring van de verschijnselen aan kan worden toegevoegd is er nog steeds geen sprake van een valide theorie.

Wereldbeeld en geloof

Stel dat wij er nu even allemaal vanuit gaan dat evolutie natuurwetenschappelijk gezien vastgesteld is. Wij gaan dat nu allemaal afzonderlijk inbouwen in een wereldbeeld. Dat glipt dan over de grenzen van de natuurwetenschap heen. Zo zou iemand kunnen redeneren: ik heb vastgesteld dat er evolutie is, ik zie in de natuur geweldige veranderingen in de fauna die verlopen in de tijd, ik aanvaard alleen natuurwetten en geen goddelijke inbreng en stel dus dat alle verschillen in organismen het gevolg zijn van toevallig verlopende evolutieprocessen. Zo iemand is dan een atheistisch evolutionist. Er is kans dat zo iemand ook buiten de natuurwetenschappen zijn theorie doortrekt en evolutie ook als enig werkend mechanisme aanvaardt in psychologie, sociologie en filosofie. Zo iemand noemt zichzelf vermoedelijk een atheist.

Iemand anders zou eenzelfde redenering kunnen volgen maar wel geloven in één of andere God die alles stuurt. Zo iemand zou aan te duiden zijn als "theistisch evolutionist". Zijn evolutietheorie is beperkt tot de stof in werkingsveld, maar door het inbrengen van godsdienstige gedachten is het geen zuiver natuurwetenschappelijke theorie meer. Het is een filosofie. Aanhangers van "Ïntelligent Design" behoren hier toe.

Weer iemand anders zou kunnen redeneren: wat ik daar zie is in strijd met door mij gehanteerde vooroordelen op grond van de bijbel, dus is het niet juist en ik verwerp evolutie. Een aantal creationisten behoort in deze groep. Er is in dat geval natuurlijk helemaal geen theorie en zelfs de feiten zullen worden bestreden. Er is sprake van een paradigma dat geen ruimte geeft voor nieuwe openbaring in de godsdienst en ook de natuurwetenschap is geheel verstard.

Zelf voeg ik graag een calvinistische visie op natuurwetenschap toe, waarbij openbaring in de natuur evenzeer serieus wordt genomen als het spreken van de bijbel en kom dan b.v. tot:
Er is een bepaalde evolutie. Deze evolutie kan echter nooit anders worden opgevat dan "door God geschapen en door hem bestuurde ontwikkelingsprocessen" (In het licht van Genesis, hoofdstuk "Vastheid in geloof, vrijheid in wetenschap", Vuurbaak1986). In mijn geval is het dan zo dat de feiten worden geaccepteerd, de verklarende theorie ook, maar dat die onmiddellijk wordt aangevuld met gegevens uit die andere kenbron. Ik kan met vakgenoten spreken over de feiten en over de theorie, maar zal in bijna alle gevallen moeten getuigen van de beperktheid van de theorie en aandringen op het bouwen van een wereldbeeld waarin het Woord van God de boventoon voert.

Er is dus geen sprake van maar 1 evolutietheorie. Juist bij dit onderwerp hebben wetenschappelijke waarnemingen, met daaraan verbonden zeer diverse interpretaties, geleid tot een woud van theoriën, die zich vaak over de grens van de natuurwetenschap uitstrekken. Discussie tussen al deze visies kan heel interessant zijn, maar wordt dan niet gevoerd op natuurwetenschappelijk terrein maar is een strijd tussen verschillende wereldbeelden samenhangend met een verschil in geloof. Het vaststellen of evolutie juist is of niet, dient echter beslist overgelaten te worden aan de vakwetenschap waarbinnen dit begrip thuis hoort. Een niet goed afgebakende discussie is voor grote groepen toehoorders of lezers verwarrend en kan zelfs misleidend zijn. Het voortdurend verwarren van het begrip "evolutie" met "evolutietheorie" en met "evolutionisme" zelfs door hooggeschoolden is zeer te betreuren.