Wat vertellen fossielen ons?

Natuurwetenschappelijke feiten:
Conclusie: Fossielen leveren ons een beeld van een biosfeer die voortdurend aan verandering onderhevig is en waarin een geleidelijke opbouw valt te herkennen. Er is sprake van een grote dynamiek die echter zeker niet chaotisch van aard is.

Calvinistische visie: Het boek der natuur leert ons dat de aarde en de daarop voorkomende levende wezens een langdurige ontwikkeling hebben doorgemaakt en uit de Bijbel weten wij dat deze ontwikkeling nog steeds wordt voortgestuwd naar de wederkomst van Christus. Het is voor christenen een levensbehoefte vast te houden aan de onfeilbaarheid van de Bijbel. Het boek Genesis werd evenwel door Mozes geschreven in de tijd dat God zich aan het volk Israel als Verbondsgod presenteerde en waarin de eredienst aan hem moest worden ingesteld. Het thema van de Sabbath heeft mogelijk invloed gehad op de wijze waarop de schepping beschreven is. Exegeten zouden er goed aan doen nog eens diep te studeren op de gangbare opvatting dat Genesis ons een schepping predikt, door de eeuwige God, die na 6 mensendagen kant en klaar was.

Het aanpassen van de Bijbel aan natuurwetenschappelijke gegevens is natuurlijk niet toelaatbaar. De Bijbel zelf zal nader moeten worden onderzocht op het handelen van de scheppende God. De Vader wordt voor ons overal in de Bijbel gekarakteriseerd als "Schepper van hemel en aarde". Hij was dat, is dat en blijft dat. Ons wereldbeeld moet niet ingeperkt worden door een mogelijk mensgebonden interpretatie van Genesis. Lezen wij niet in Psalm 139 dat God de Schepper is van het ongeboren leven, dat hij zorgvuldig weeft en hoe diep motiverend en ontroerend wordt er niet in Spreuken 8 tot ons gesproken (hoofdstuk 21 in "Toekomstmuziek"). De dynamiek die de natuur ons geeft te zien is het gevolg van een dynamische relatie tussen Schepper en schepping die nog steeds voortduurt en ook altijd zal blijven bestaan.