Is er sprake van evolutie van de eene levensvorm naar de andere?

Vooraf zij gesteld dat het hier zal gaan over evolutie. Is die er nu wel of niet. Theorievorming en wereldbeeld van onderzoekers blijven in dit deel buiten beschouwing. Het is zinnig om eerst het onderdeel "helderheid in discussie" te lezen.

Natuurwetenschappelijke feiten:
Conclusies: Het is volkomen duidelijk dat organismen in relatie staan tot de levensgemeenschap en het abiotisch milieu waarin zij leven. Populaties van organismen zijn reagerende, dynamische entiteiten, geen statische, gedetermineerde pakjes levende materie. Voortdurende interactie tussen de genetische potenties en de levensomstandigheden geeft aanleiding tot organismen die niet langer reproductief zijn binnen de uitgangspopulatie maar wel onderling. Er is dan sprake van een nieuwe soort. Het spreken van micro-evolutie binnen de soort is een contradictio in terminis. Dat is variabiliteit binnen de populatie. Evolutie is per definitie ten minste op soorts-niveau.

Calvinistische visie: Heel de natuur, vanuit welke discipline je ook kijkt, vertoont grote dynamiek, reactievermogen, relatiepatronen, voortgaande ontwikkeling. De opbouw van alle materie blijkt steeds te zijn gedaan met een betrekkelijk gering aantal bouwstenen, die door de Schepper evenwel tot een onvoorstelbare diversiteit in verschijningsvormen en systemen is gevoerd. God is geen tovenaar, maar een bouwmeester die zich aan de mens wil openbaren in zijn werken. De calvinist houdt vol blijde verbazing zijn hand voor zijn mond en komt tot diepe aanbidding van zijn God en Vader in Jezus Christus. Evolutie treedt overduidelijk op en kan niet langer worden ontkend zonder uitdrukkelijk afstand te nemen van de natuur als kenbron van God. Creationisten zullen er aan moeten wennen dat God de dingen op een andere manier maakt dan een tovenaar en ook anders dan in onze autofabrieken. Geen magie, geen determinisme maar voortdurende besturing waarin ruimte is voor ontwikkeling.

Iets geheel anders is hoever die evolutie zich uitstrekt en of dat de enige natuurwetenschappelijk naspeurbare activiteit van onze God is bij het scheppen van levensvormen. Die vragen zijn vooralsnog niet te beantwoorden. Ze zijn in feite ook irrelevant voor ons wereldbeeld. Een calvinist ziet overal de hand van God. Alle natuurwetten zijn wetten van God, maar het handelen van God is niet beperkt tot het hanteren van natuurwetten. Wetenschappelijke verklaringen geven ons slechts een beperkt inzicht in de hoedanigheid van het werken van God. Het voortdurend zoeken naar punten die niet door natuurwetenschappen zijn te verklaren teneinde een laatste verdedigingslinie tegen het atheisme op te bouwen is niet calvinistisch. Wij getuigen van een God die in alles de hand heeft, die alles in Jezus Christus geschapen heeft en die alles voortstuwt naar de volheid der tijden. Er blijft altijd heel veel onverklaard, ons kennen zal tekort blijven schieten. De openbaring in exegese van de Schrift en in onderzoek van de natuur gaat verder en het verzet daartegen ook.

Er is in evolutie niets dat zou kunnen strijden met een scheppende God. Wanneer God ons openbaart hoe hij werkzaam is in de schepping past het ons niet dat af te wijzen. Laten wij vooral ook oppassen voor het uiten van ongehoord hoogmoedige standpunten. Zo kopt een artikel in het Nederlands Dagblad van 29 augustus 2007: "Evolutie en hand van God niet te verenigen". Nu, dan weet de eeuwige God dus duidelijk waar hij zich aan dient te houden. Zou dat nu voortaan in de hemel als een voorschrift staan genoteerd? De schrijver van dit artikel, Frans Gunnink, had er toch wellicht beter aan gedaan om erop te wijzen dat voor God niets onmogelijk is en er hem ook niets verboden kan worden door ons kleine mensjes. Dat de schrijver iets dergelijks niet passend kan krijgen in zijn wereldbeeld, is een andere zaak. En wat te doen als niemand meer onder de feitelijkheid van evolutie uit kan? Moet er dan besloten worden dat er geen hand van God is?

Het is opmerkelijk dat in de tijd van Calvijn de weg open kwam te liggen voor de studie van de natuur. Tegen de paradigmatische verstarring van het oude Rooms Katholicisme werd de heldere klaarheid van het spreken van de Schrift gezet: één God, twee kenbronnen. De natuurwetenschap bloeide op. Nu is het roomse denken ten aanzien van de natuur vele calvinisten juist vooruit. Er zijn naar mijn gevoel drie factoren die deze omslag hebben bewerkt. In de eerste plaats is de hierarchische structuur van de Rooms Katholieke kerk meer geschikt om verschillen van inzicht tot een oplossing te brengen (Ik ben overigens zeker geen voorstander van die structuur). In de tweede plaats werkt Rome bij de bestudering van dit type vraagstukken veel meer multidisciplinair. In de derde plaats dreigt het calvinisme te verwateren door de huidige voortdurende inbreng van gevoelsargumenten. Onderzoek van de kenbronnen moet wijken voor anthropomorfe benaderingen, waarbij het vasthouden van een knus wereldbeeld belangrijker lijkt dan het verkondigen van de almacht van onze God. Het is tekenend dat de meeste evangelische christenen creationist zijn.

Bij God is er nooit stilstand maar volop levende dynamiek. Dat aan de mens zoveel mogelijkheid gegeven wordt iets te begrijpen van wat Vader doet, brengt ons tranen van ontroering en blijdschap. Wellicht ten overvloede zij opgemerkt dat evolutie niet moet worden verward met evolutionisme: het geloof in evolutie als een toevallige, ongerichte, doelloze natuurwet. Er zijn geen doelloze natuurwetten, alle natuurwetten zijn wetten van de scheppende God, instrumenten waarmee de Kunstenaar zijn werk boetseert. Er is slechts één autonome werkelijkheid, namelijk God zelf. Woord en natuur zijn één. Evolutionisme is een atheistische filosofie, een pseudo godsdienst. De vurigste aanhangers hebben zelf het terrein van de natuurwetenschap al lang verlaten. De fout zit niet in wat er te zien is in de natuur, maar in het wereldbeeld van de ongelovige mens, die zich wenst te beperken tot slechts één kenbron. Zie ook schema denkkaders.