Augustinus schreef in 408 na Christus al over fundamentalistisch gebruik van de Schrift in "De Genesi ad litteram" *

(translation by John Hammond Taylor, S.J., Gonzaga University, Spokane, Washington ,1982, Paulist Press, New York, ISBN 0-8091-0326-5)

'Usually, even a non-Christian knows something about the earth, [..] and this knowledge he holds as being certain from reason and experience. Now, it is a disgraceful and dangerous thing for an infidel to hear a Christian, presumably giving the meaning of Holy scripture, talking nonsense on these topics; and we should take all means to prevent such an embarrassing situation, in which people show up vast ignorance in a Christian and laugh it to scorn. The shame is not so much that an ignorant individual is derided, but that people outside the household of faith think our sacred writers held such opinions, and, to the great loss of those for whose salvation we toil, the writers of our scripture are criticized and rejected as unlearned men. If they find a Christian mistaken in a field which they themselves know well and hear him maintaining his foolish opinions about our books, how are they going to believe those books in matters concerning the resurrection of the dead, the hope of eternal life, and the kingdom of heaven, when they think their pages are full of falsehoods and on facts which they themselves have learnt from experience and the light of reason?'

* Deze verwijzing werd gevonden op een site van Fedor Steeman
Mijn goede vriend Arend Smilde heeft deze passage in het Nederlands vertaald:

Gewoonlijk weet een niet-christen ook wel iets van de aarde……en houdt hij deze kennis voor zeker op grond van rede en ervaring. Het is schandalig en gevaarlijk wanneer een ongelovige een christen hoort praten alsof hij uitlegt wat er in de Heilige Schrift staat en intussen onzin verkoopt over deze onderwerpen. We moeten alles in het werk stellen om zo'n beschamende situatie te voorkomen, waarbij christenen worden uitgelachen en bespot om de geweldige onwetendheid die ze aan de dag leggen. Het erge is niet zozeer dat er een dom persoon wordt uitgelachen, maar dat mensen die geen huisgenoten des geloofs zijn zullen denken dat onze gewijde schrijvers zulke opvattingen aanhingen. Want dan worden - tot grote schade van de mensen voor wier verlossing wij ons inspannen - schrijvers van onze Schriften bekritiseerd en verworpen als ongeschoolde lieden. Wanneer blijkt dat een christen zich vergist op een terrein dat zij zelf goed kennen, en zij horen hem pleiten voor zijn dwaze opvattingen over onze boeken, hoe moeten ze dan ooit geloven wat die boeken zeggen over zaken als de opstanding uit de dood, de hoop op het eeuwige leven en het koninkrijk der hemelen - als ze denken dat die boeken vol onjuistheden staan over feiten die ze zelf te weten zijn gekomen door ervaring en het licht van de rede?